Voorbereiding examen

De voorbereiding op een examen vindt plaats in de lessen van het vak. Jouw docent geeft aan welke vaardigheden (bij talen) of werkprocessen (bij kerntaken) worden getoetst. De vorm van examens kan heel gevarieerd zijn.

In het kort; dit zijn je examenonderdelen:

  • Kerntaken
  • Nederlands
  • Rekenen
  • Burgerschap (LB)
  • BPV (stage-uren en opdrachten)
  • Talen (Engels en Duits/Spaans)

Hieronder wordt elk soort examen uitgelegd.

Kerntaken en werkprocessen
Binnen een mbo-opleiding word je opgeleid tot een beroep. Elk beroep kent kerntaken, die weer bestaan uit werkprocessen. Bij ons op school doe je in de tweede helft van je opleiding examen in deze werkprocessen. Deze kerntaken worden soms afgenomen op je stage, een deel vindt plaats op school in de vorm van een project. In de opleidingsgids vind je een overzicht van deze kerntaken. Hieronder geven we een paar voorbeelden van kerntaken en/of werkprocessen:

  • het Afdelingsplan/Commercieel plan (deel van KT3 van toerisme en leisure)
  • Het voorbereiden en organiseren van een activiteit (KT2 leisure)
  • Cabinewerkzaamheden (KT2 LVD)
  • Het voorbereiden en organiseren van een evenement (opleiding EVO; KT3 werkproces 3.3, 3.4 en 3.5)

Welke werkprocessen je precies moet doen, kan je vinden in de opleidingsgids, de diploma-eisen en de examenplanning.

Stage/BPV
Om je opleiding te halen moet je je uren maken op stage.  Deze uren registreer je op Edu’Arte en lever je na je stage in bij het BPV-kantoor.

Burgerschap (LB)
Je gehele opleiding heb je het vak Burgerschap. Aan het eind van de opleiding wordt gekeken of je je genoeg hebt ingespannen bij dit vak door middel van je resultaten en een gesprek.

Nederlands
Voor het vak Nederlands doe je 4 examens. Een van die examens is het Centraal Examen, de andere drie doe je bij ons op school. Hieronder een overzicht van de vaardigheden:

  • CE Nederlands; lezen en luisteren
  • Spreken
  • Gesprekken
  • Schrijven

Op niveau 3 doe je het examen op niveau 2F, op niveau 4 doe je het examen op niveau 3F.

Het vak Engels op niveau 3
Hieronder een overzicht van de vaardigheden:

  • Luisteren
  • Lezen
  • Spreken
  • Gesprekken (ook wel interactie)
  • Schrijven

Per vaardigheid moet je een bepaald niveau halen, bijvoorbeeld A2 of B1. Welk niveau je moet behalen, staat in de diploma-eisen. Dit kan per opleiding en per jaar verschillen.

Engels op niveau 4, generiek en specifiek
Engels krijg je als een vak, maar op je diploma niveau 4 zal je Engels twee keer tegenkomen. Generiek is algemeen Engels, specifiek is het beroepsgerichte deel. In de diploma-eisen kan je zien wanneer je voor het vak geslaagd bent. Hieronder een overzicht van de vaardigheden Engels generiek:

  • CE Engels; lezen en luisteren
  • Spreken
  • Gesprekken (ook wel interactie)
  • Schrijven

Engels specifiek is vaak een hoger niveau. Hieronder een overzicht van de vaardigheden Engels specifiek:

  • Luisteren
  • Lezen
  • Spreken
  • Gesprekken (ook wel interactie)
  • Schrijven

Per vaardigheid moet je een bepaald niveau halen, bijvoorbeeld A2 of B1. Welk niveau je moet behalen, staat in de diploma-eisen. Dit kan per opleiding en per jaar verschillen.

Duits en Spaans
Bij Duits en Spaans heb je in de meeste gevallen 5 examens. Elk examen toetst een vaardigheid af. Alle 5 examens moeten worden afgenomen. In de diploma-eisen kan je zien wanneer je voor het vak geslaagd bent. Hieronder een overzicht van de vaardigheden:

  • Luisteren
  • Lezen
  • Spreken
  • Gesprekken (ook wel interactie)
  • Schrijven

Per vaardigheid moet je een bepaald niveau halen, bijvoorbeeld A2 of B1. Welk niveau je moet behalen, staat in de diploma-eisen. Dit kan per opleiding en per jaar verschillen. Bij de opleiding Luchtvaartdienstverlener wordt alleen gekeken naar de scores bij de vaardigheden: luisteren, spreken en gesprekken.

Privacy-instellingen

Wij optimaliseren graag onze website, daarom maken wij gebruik van cookies. Wijzig je voorkeuren of bekijk ons privacybeleid.

Privacybeleid | Sluiten
Instellingen